Voor 8 à 10 personen
- 250 g bloem, gezeefd
- 160 g boter in blokjes op kamertemperatuur
- 1 ei
- 5 g zout
- 1 eetlepel melk
- 1 ei
- 1 emmer brandnetelbladeren
- 25 g boter
- 100 g bloem
- 4 dl melk
- 250 g geraspte kaas
- 1 muskaatnoot, geraspt
- peper, zout, olijfolie
1. Meng bloem, zout en ei en voeg daarna de melk toe. 2 tot 3 uur in de koelkast bewaren alvorens uit te rollen.
1. Was de brandnetelblaadjes en droog ze met een droogmolen voor sla
2. Bak de blaadjes kort in een grote koekenpan met wat olijfolie. Let op: de blaadjes nemen aanvankelijk heel veel olie op en ‘vragen’ om meer. Geef hier niet aan toe en houd ze relatief droog. Laat afkoelen en hak grof.
3. Doe de boter in een grote steelpan met dikke bodem en verhit op zacht vuur. Voeg steeds wat bloem toe tot een droge dikke massa ontstaat. Voeg beetje bij beetje de melk toe onder voortdurend roeren, zodat geen klontjes ontstaan. Voeg zoveel melk toe tot een dikke saus ontstaat.
4. Voeg de geraspte kaas, de gemalen nootmuskaat en naar smaak peper en zout toe.
5. Meng de gehakte brandnetelblaadjes door de saus.
1. Bekleed een taartvorm met de helft van het uitgerolde deeg. Vullen met de brandnetelfarce. Bedekken met de andere helft van het uitgerolde deeg. Maak een gat midden-boven, zodat de stoom kan ontsnappen tijdens het afbakken. De deksel kan worden gedecoreerd met de restjes van het deeg.
2. Taart afstrijken met geklopt eitje en in een voorverwarmde oven op 180° C afbakken.
3. Serveren met een salade van witlof en raketkruid, aangemaakt met een dressing op basis van notenolie, notenazijn en een beetje zout.